Als ik denk aan een geniale natuurkundige denk ik al snel aan het stereotype warhoofd dat schoolborden vol met formules krabbelt. Sommige denkbeelden raak je blijkbaar niet zo snel kwijt.

Met dit stereotype in mijn achterhoofd verbaasde ik mij altijd over Stephen Hawking, die vorige week overleed. Grote kans dat je hem voor vorige week nog niet kende, maar Hawking was zeker een geniale natuurkundige. Waar deze man het überhaupt over had gaat mij volledig boven de pet. Iets met het universum en zwarte gaten. Ik heb begrepen dat zijn boek voor natuurkunde-leken ook voor de pro’s niet te volgen is.

Photo by Roman Mager on Unsplash

Nou heb ik tijdens mijn studie ook een paar wiskundige problemen mogen oplossen, en de manier waarop ik dat deed was door de formules eindeloos op papier te (her)schrijven. Net zolang tot er iets uitkomt dat er niet al te onbegrijpelijk uit ziet.

Lukt dat niet, dan veeg je gewoon de moeilijkste rommel bij elkaar. Die rommel vervang je door de letter c en dat noem je de constante.

Een beetje zoals je kamer opruimen dus.

Typen met je wang

Maar Hawking had ook de spierziekte ALS, waardoor hij in een rolstoel zat en het grootste deel van zijn lichaam niet kon gebruiken. Tot zover het volkrabbelen van schoolborden en vellen papier.

Hawking praatte via zijn computer, die hij bestuurde met zijn wangspier(!): als hij op zijn wang blies dan klikte zijn computer met de muisknop. De aanwijzer van de muis bewoog continu automatisch over een toetsenbord heen en weer. Door op het juiste moment te blazen kon hij de juiste letter indrukken. Deed hij dit vaak genoeg dan maakte hij een zin.

Hoe snel ging dat dan?

In een artikel beschrijft een technicus dat hij bij Hawking langs was gekomen om zijn spraakcomputer te verbeteren. Na binnen te zijn gelaten zat hij een tijd met zijn collega’s te praten, maar Hawking zei niets. Na twintig minuten begon de computer van Hawking te praten en sprak een zin die neerkwam op iets als ‘Welkom, wat fijn dat jullie er zijn‘.

Twintig minuten.

Om alleen maar zijn gasten welkom te heten.

https://www.flickr.com/photos/lwpkommunikacio/16041893870

Als hij daar al twintig minuten over deed, hoe kon hij dan hele theorieën over het universum bedenken? En hoe lang deed hij wel niet over het schrijven van zijn boeken? Het lijkt me dat schrappen er ook niet echt in zit met die snelheid, waren al zijn zinnen en hoofdstukken in één keer perfect?

Wanneer ik met formules of theorieën werk dan merk ik dat het opschrijven en herschrijven helpt met het ordenen van je gedachten. Je gebruikt het papier als onderdeel van je denkwerk. Hoe deed hij dat dan in vredesnaam?

Denken in elf dimensies

In een ander artikel dat ik helaas niet terug kan vinden, beschrijft een van zijn assistenten dat Stephen zijn theorieën opstelde door in beelden en vormen te denken.

He must, by necessity, work with problems that can be translated into geometry, which he can then picture in his head, such as the 11 dimensions of string theory. (Ander artikel, uit The Guardian)

Nou moet ik hier gaan gissen, maar blijkbaar kon Hawking formules in zijn hoofd visualiseren en bewerken. Misschien vergelijkbaar met de mensen die getallen in hun hoofd zien als een landschap.

Dit gaat wel een stapje verder, ik denk dat het zich ongeveer daartoe verhoudt als een zwart-wit foto tot een 3D-film.

De 11 dimensies van de snaartheorie inbeelden.

Ik heb al moeite met de weg naar huis vinden.

Mag ik er nou wel in of niet?

Wil je wekelijks een e-mail update van de Hoofdwerker?

Schrijf je in op de nieuwsbrief!

Nieuwsbrief wordt beheerd via MailChimp