In het begin van de (al)chemie was het gebruikelijk om als je een nieuwe stof ontdekt had niet alleen de geur en de kleur ervan te omschrijven, maar ook de smaak. Chemici werden dan ook niet zo heel oud in die tijd. Je zou het misschien niet verwachten, maar ook tegenwoordig gebeurt dit nog wel. De bedrijven die nieuwe smaakstoffen produceren moeten niet alleen de nieuwe moleculen maken, maar ze toch ook echt een keer proeven. Dat lijkt me spannend. Vaak zijn de eigenschappen van een nieuw molecuul wel een beetje te voorspellen door te kijken naar moleculen die er op lijken. Maar zeker weten doe je het natuurlijk nooit.

Albert Hofman en het onderzoek naar ergoline

Albert Hofman

In 1943 was Albert Hofman als chemicus voor zijn werkgever bezig een reeks moleculen te maken. Deze serie viel in een familie moleculen met verschillende medische toepassingen zoals het tegengaan van vasoconstrictie (bloedvatvernauwig), migraine en Parkinson. De basis van deze familie is het molecuul ergoline:

Ergoline

In medisch en chemische onderzoek is het vaak een strategie om variaties op een molecuul te maken. Dan kun je kijken of die misschien verbeterde eigenschappen hebben ten opzichte van het origineel. Een van de variaties die hij maakte was lysergeenzuur diethylamine-25:

Ergoline

Als je goed kijkt herken je de ergoline er nog in terug, het heeft er wat extra groepen bijgekregen.

Een ongelukje

Tijdens zijn werk kreeg hij er per ongeluk wat van het molecuul binnen. Hij ging verder met zijn werk maar na een tijdje begon hij zich wat vreemd te voelen. Hij vermoedde dat het met zijn nieuwe molecuul te maken had en kreeg het idee dat het misschien wel interessante eigenschappen zou kunnen hebben.

Tegenwoordig (en ik neem aan in die tijd ook) is het normaal bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen om het testen ervan stapje voor stapje te doen. Eerst probeer je het op losse cellen of bacteriën om te kijken of er iets gebeurt. Zo ja, dan gebruik je proefdieren. En daarna ga je door met streng gecontroleerde mensenproeven. Dat hele proces kan jaren duren, een van de redenen waarom medicijnen zo duur kunnen zijn wanneer ze uiteindelijk in de apotheek liggen.

Ik geloof dat Albert daar allemaal niet zoveel zin in had, want hij besloot om zélf de proef op de som te nemen. Een paar dagen na zijn eerste ervaring nam hij 0.25 milligram van zijn zelfgemaakte stof in. Dat is niet zoveel, maar voor een onbekend molecuul toch aardig wat. Hij zei zelf dat hij het gebaseerd had op medische doseringen van andere moleculen in diezelfde familie.

Hart voor de zaak

Hoe moet je je zoiets voorstellen? Stopte hij een pink in zijn kolfje en likte hij hier aan? Deed hij een beetje op een papiertje en slikte dit door? Wat gaat er door je heen als je zoiets doet? Je hebt net een molecuul gemaakt wat nog nooit bestaan heeft. Niemand is er ooit eerder mee in aanraking geweest. Voor de meeste moleculen hebben we een hele waslijst aan veiligheidsvoorschriften (bekend als MSDS), met dingen als LD-50 waardes en mogelijk kankerverwekkend labeling. Maar dat kan nogal even duren voordat je dat allemaal geregeld hebt.

Toch deed hij het. Albert nam de 0,25 milligram in, begon zich weer een beetje vreemd te voelen en besloot naar huis te fietsen. Later beschreef hij dit als een wonderbaarlijke fietstocht, en deze gebeurtenis wordt ook wel beschreven als ‘the bicycle trip’:

“I perceived an uninterrupted stream of fantastic pictures, extraordinary shapes with intense, kaleidoscopic play of colors. After some two hours this condition faded away.”

Albert Hofman was een Zwitser en gaf het molecuul dat hij had uitgevonden dus de Duitse naam Lysergsäure-diäthylamid. Het molecuul staat tegenwoordig beter bekend onder zijn afkorting:

LSD

Wil je wekelijks een e-mail update van de Hoofdwerker?

Schrijf je in op de nieuwsbrief!

Nieuwsbrief wordt beheerd via MailChimp